De ‘Frauenkirche’ in München

De Frauenkirche (Onze-Lieve-Vrouwekerk) in de Duitse stad München is de grootste kerk van die stad en de kathedraal van het aartsbisdom München en Freising. De Frauenkirche gebouwd in de neogotische stijl werd tijdens de Tweede Wereldoorlog zo zwaar beschadigd en deels vernietigd dat in 1945 werd overwogen de ruïnes af te breken. In 1946 gelukte het kardinaal Michael Faulhaber om de ruïnes te redden en de restauratie van de kathedraal mogelijk te maken.

De kathedraal verving een oudere kerk uit de 12de eeuw, die vanwege de bevolkingsgroei te klein was geworden. Opdrachtgever tot de bouw was hertog Sigismund van Beieren. De bouw begon in 1468 en de kerk werd opgetrokken in de laatgotische stijl. Gebruik werd gemaakt van rode baksteen. De totale bouw duurde slechts twintig jaar en werd afgesloten met de oplevering van de twee torens in 1488. De kerk werd in 1494 officieel ingewijd. De oorspronkelijke plannen voor de torens, met spitsen zoals geplaatst op de Dom van Keulen, konden niet worden verwezenlijkt vanwege geldgebrek. De koepels die zich nu op de torens bevinden zouden zijn gebaseerd op de Rotskoepel in Jeruzalem. Ze werden in 1525 voltooid. De kerk is 109 meter lang, 40 meter breed en 99 meter hoog.

De kathedraal werd voor het eerst afgebeeld op een postzegel uitgegeven vanaf 1 september 1948 in de serie bouwwerken door de ‘Deutsche Post’ in het door de Amerikaanse en Britse geallieerden bezette deel van Duitsland. De afgebeelde postzegel van 15 Pfennig verscheen op 22 oktober 1948. Ontwerper Max Bittrof gebruikte waarschijnlijk een bestaande afbeelding van vóór de luchtbombardementen door de Britten en Amerikanen die plaatsvonden tussen september 1942 en april 1945. Op 30 april 1945 werd München door Amerikaanse legereenheden ingenomen. Toen lag de kerk grotendeels in puin, alleen de muren en de twee torens stonden nog overeind, met beschadigde koepels.

In 1946 werd begonnen met de wederopbouw van het kerkgebouw en de restauratie van de torens. Dit onder leiding van de bouwmeesters Theodor Brannekämper en Georg Berlinger. De wederopbouw was in 1953 zo ver gevorderd dat men de kerk weer kon inrichten met kerkmeubilair, altaars en kapellen. De inrichting bleef sober en slechts weinig kunstschatten zoals beelden en ramen werden teruggeplaatst. In en na 1960 werden eerder in grotten en mijngangen opgeborgen kunstwerken naar de kerk teruggebracht. Het grootste deel van de kunstschatten bleef echter tot in 1973 opgeslagen. Ondanks de terugkeer van de historische glas-in-loodramen die vanwege de oorlog waren verwijderd en enkele nieuw ontworpen ramen, bleef de inrichting van de kerk eenvoudig.

Een van de glas-in-loodramen dat opgeslagen was en weer teruggemonteerd in de kerk is hierboven te zien op de uitsnede van een prentkaart. Het glazen raam toont drie scènes uit het leven van Maria. Het is een belangrijk werk van Peter Hemmel von Andlau en is een van de kostbaarste in de Frauenkirche. Het werd in 1493 geschonken door het raadslid Wilhelm Scharfzandt voor de Rupertuskapel. Sinds 1955 is het raam geplaatst in de hoofdkapel van het koor. Het toont de geboorte van Christus. Het kind ligt op de mantel van zijn moeder.

Een kerstzegel met een deel van het motief in het raam, het kind op de mantel, werd uitgegeven op 16 november 1978. Ontwerper was Wilhelm August Fleckhaus, graficus en journalist. De oplage van het blokje bedroeg 10.356.000 exemplaren waarvan 430.000 stuks werden gebruikt om deze te plakken op zogenoemde eerstedag bladen, uitgegeven door de Bundespost.

Op dezelfde datum verscheen een eveneens door Fleckhaus ontworpen kerstzegel voor de stad Berlijn. Ook dit is een fragment uit een glas-in-loodraam dat zich in de Frauenkirche in München bevindt. Het stelt de Driekoningen voor de geschenken brengen voor het kind. De oplage van dit blokje was 5.909.000 stuks waarvan 406.000 zijn gebruikt voor het vervaardigen van eerstedag bladen van de Duitse Bundespost.

Een postzegel ter gelegenheid van het 500-jarige bestaan van de Frauenkirche in München werd uitgegeven op 14 april 1994. Kardinaal Friedrich Wetter die in 1994 de viering leidde van het jubileum, had daar vóór opdracht gegeven om alle ongeveer 400 kunstwerken die ooit in de kerk stonden en waren opgeslagen, terug te brengen naar de kerk en hun oorspronkelijke plaatsen.

Vanwege de gehaaste verwijdering van de kunstwerken, glas-in-loodramen en andere kunstwerken en de daarop volgende langdurige opslag, waren vele objecten beschadigd en moesten worden gerestaureerd. Omdat de orgels door de bombardementen en branden verloren waren gegaan, werden vier nieuwe orgels besteld bij de orgelwerkplaats van Georg Jann in Allkofen bij Regensburg, Neder-Beieren. Het na de oorlog geplaatste orgel dat in 1957 was gebouwd door Joseph Zeilhuber uit Altstädten, werd vervangen door het hoofdorgel van Jann. Het heeft 95 registers en 7.165 orgelpijpen en wordt bespeeld met vier manualen en pedaal.

Tijdens de bombardementen op München en de branden die daarop volgden bleef het enorme grafmonument van keizer Ludwig IV van Beieren vrijwel onbeschadigd. Het monument, afgebeeld op de prentkaart, staat opgesteld in het rechter zuidelijke deel van de kerk. Het werd in 1622 door beeldhouwer Hans Krumper vervaardigd voor de in 1347 overleden keizer.

Een bezienswaardigheid is de zogenoemde ‘Teufelstritt’, de voetstap van de duivel. Bij de ingang van de kerk bevindt zich in een van de vloertegels een voetafdruk met een staartje aan de hiel. Een legende vertelt dat de duivel hier heeft gestaan om het nieuwe kerkgebouw te bezichtigen en het gebouw belachelijk te maken, omdat het geen ramen bevatte. Vanuit deze plaats zijn de ramen in de kerk inderdaad niet te zien. De legende is te lezen in het in 2007 uitgegeven boek van Fritz Fenzl ‘Der Teufelstritt’.

In de enorme kathedraal is plaats voor bijna 20.000 mensen. München telde bij de bouw in de tweede helft van de vijftiende eeuw ongeveer 13.000 inwoners. Dus toen een kerk met toekomstvisie. De kerk is vrij sober ingericht in vergelijking met andere Duitse kerken. De fraaie glas-in-loodramen, zowel de oorspronkelijke als de moderne, zijn uniek. De op hout geschilderde afbeelding van Maria is waarschijnlijk de grootste ter wereld. In de crypte staan de tombes van aartsbisschoppen en van de Wittelsbachers, die eeuwenlang heersers waren over Beieren. Het mooiste graf is in zwart marmer van de Beierse graaf Kurfurst Maximilian I. Maar het meest opvallende zijn de twee torens met de bijzondere koepels. Prachtig te zien op de persoonlijke postzegel uit Oostenrijk. De torens overleefden 73 luchtaanvallen van de geallieerden. Ze zijn een baken in deze uit de ruïnes van de Tweede Wereldoorlog herrezen stad.

Van éénkleurige naar méér-kleurige kinderzegel-kinderen in 1955, 1956 & 1957

Van alle 15 kleurig geschilderde kinderportretten van de kinderzegels 1955, 1956 & 1957 zijn bij de start van het maanden durende ontwerpproces eerst zwart-wit foto’s gemaakt, die na bewerking tenslotte 15 verschillende eenkleurige kinderpostzegels opleveren.

Fotografische postzegels met typografische bovenlaag

De in twee voorgaande artikelen geponeerde stelling, dat met gefotografeerde afbeeldingen op postzegels het aanmerkelijk moeilijker is je ideaal visueel te verwerkelijken dan met typografische afbeeldingen. Bijgaande 15 gelaagde fotografische kinderzegels hebben in de bovenste laag een typografische bewerking ondergaan, waar-door ze tóch de ideale uitstraling bezitten.

1955

De in de kleurige achtergrond uitgespaarde witte typografie (letters en lijnen) is duidelijk herkenbaar aanwezig.

1956

De in de kleurige achtergrond uitgespaarde witte typografie (alleen maar letters) valt ook duidelijk in het oog.

1957

De wel/niet in de achtergrond uitgespaarde typografie is wisselend per postzegel levendig zichtbaar.

Ook voor u onbekende invalshoeken?

Behalve maximumkaart-verzamelaars hebben de meeste postzegelverzamelaars zich er nooit in verdiept, waaraan de vijftien kinderportretten van de kinderzegels 1955, 1956 en 1957 zijn ontleend. Daarmee hangt ook meteen samen dat men ook totaal geen idee heeft in welke kleuren deze kinderen op de schilderijen zijn uitgevoerd, bovendien heeft men er geen weet van of het geschilderde borstportretten zijn geweest, of dat het postzegelportret aan een meerkoppig schilderij.
Een andere, voor velen weinig bekende invalshoek is het feit dat deze portretten in de onlogische volgorde van 17e, 16e en 19e/20e -eeuwse portretten zijn geschilderd met de ongelijke stijlkenmerken uit de kunstgeschiedenis: de barok (17e eeuw), renaissance (16e eeuw) en de nieuwe tijd (modernisme). De volgorde van verschijning is onlogisch: in 1955 aandacht voor de 17e eeuw, in 1956 pas de 16e eeuw. Conclusie? Vooraf is in 1955 geen meerjarenplan ontwikkeld voor kinderzegelemissies.
De staande uitdrukking ‘onbekend – onbemind’ heeft voor zover ik kan beoordelen nooit voor deze 15 kinderzegels gegolden. Hopelijk veroorzaakt bovenstaande kennis dat deze kinderzegels nog meer bemind zullen worden.

Kinderegels 1955

2 cent: Portret van Willem van Loon, schilder Dirck Dicksz. Santvoort (1610 -1680)
5 cent: Onbekende jongensportret, schilder Jacob Adriaansz. Backer (1608 – 1651)
7 cent: Portret van Magdalena de Moucheron (ca 1551 – na 1600), schilder vermoedelijk Cornelis de Zeeuw
10 cent: Portret van Philips Huygens (1633 – 1657), schilder Adriaan Hanneman (1601 – 1671)
25 cent: Portret Christiaan Huygens ( 1629 – 1695), schilder Adriaan Hanneman (1601 – 1671)

NVPH 666 – Willem van Loon

Dirck Dircksz. van Santvoort, CC BY-SA 3.0 < via Wikimedia Commons

NVPH 667 – Jongensportret

Portret van een jongen -> Mauritshuis, Den Haag

De 2½ jarige Willem van Loon met rossig haar (in een ovaal gevat die ‘ondersteund’ wordt door zwierige lijnen) houdt een gouden hartvormig medaillon (met daaraan weer een kleiner hart) vast met het monogram WVL daarin gegraveerd. Willem is om het overlijden van een tante in zwarte rouwkleding gekleed.

NVPH 668 – Meisjesportret

De 12-jarige dochter Magdalena bespeelt en virginaal (klavecimbel), Een muziekinstrument is bij uitstek een statussymbool voor gegoede families. Aan de binnenkant van het muziekinstrument staat gedeeltelijk leesbaar ‘omnia dat Dominus non habet ergo minus’ (de heer geeft alles, daarom kom ik niets te kort).

Familie De Moucheron

De koopmansfamilie De Moucheron uit Frankrijk (Normandië) heeft in 1563 een groepsportret laten schilderen door Cornelis de Zeeuw (staat inmiddels nu te boek als Antwerpse School). Pierre de Moucheron en zijn vrouw Isabeau de Gerbier hadden negen zoons (links van de vader) en negen dochters (rechts van de moeder). Ze dra-gen dure kleding, de dochters hebben lange parelsnoeren on en dragen gouden en paarlenceintuurs. Boven ieders hoofd staat leeftijdscijfer. De tafel is rijkelijk gedekt met dure gerechten (pastei, gevogelte, olijven en fruit) opgediend in zilveren schalen.
Pierre was de eerste van een dynastie van kooplieden en reders. De familie was nauw betrokken bij de (oprichting van de) VOC.

NVPH 669 – Lodewijk Huygens

Op deze 10 cent kinderzegel is de naam Philips Huygens vermeld, terwijl het de 7-jarige Lodewijk Huygens had moeten zijn! Anderhalf jaar na de uitgifte komt men door een analyserende studie tot ontdekking dat er in 1914 bij de samenstelling van de Mauritshuis-catalogus een naamsverwisseling tussen Lodewijk en Philips heeft plaatsgevonden.

NVPH 670 – Christiaan Huygens

Familie Huygens

In het centrum staat het borstportret Constantijn Huygens senior (1596 – 1687) dichter & staatsman; boven dochter Suzanne (1637 – 1725) 3 jaar; Constantijn Huygens junior (1628 – 1697), roepnaam Tien, 11 jaar; Lodewijk Huygens (1631 – 1699), 6 of 7 jaar; Philips Huygens (1633 – 1657), roepnaam Flip & Christiaan Huygens (1629 – 1695) natuurkundige (slingeruurwerk, lichtbreking, Saturnus-ring).
Het viertal mollige, ingewikkeld gedraaide houdingen van putty’s met vruchten tussen de zes weelderig versierde, ovaalvormig ruimtelijke cartouches verbeeldt / symboliseert de vruchtbaarheid van het huwelijk van Constantijn en zijn vrouw Suzanne.
In het cartouche [onder] laat hij het ‘alleen-achter-blijven-met-de-kinderen’ duidelijk uitkomen in de Latijnse spreuk ‘Ecce heriditas Domini’(De erfenis mij door ‘s Heren gunst gebleven). Deze spreuk ‘illustreert’ een familietragedie. Huygens vrouw Suzanne van Baerle is op 10 mei 1637 enkele maanden na de geboorte van het jongste kind (dochter Suzanne) overleden! Enkele jaren na haar dood kon Constantijn er pas toe komen dit schilderij te laten schilderen in duistere academiekleuren van licht en donker grijsbruin met oker (wit voor kragen & kleding, zwart voor kleding, roze voor lippen en mutsversiering).

Deel 2

Volgende week deel 2 van: Van éénkleurige naar méér-kleurige kinderzegel-kinderen in 1955, 1956 & 1957.

De landhervorming in de Provincie Saksen in 1945

Na beëindiging van de Tweede Wereldoorlog op 8 mei 1945 namen de vier belangrijkste overwinnaars op 5 juni 1945 de regeringsmacht over. Duitsland werd in vier zones verdeeld. Nadat de Amerikaanse en Britse bezetters op 9 juni 1945 grote delen van Duitsland aan de Russische legers hadden overgedragen, werd het Oostelijke deel van Duitsland onder Sovjetbestuur geplaatst en de Sovjet Militaire Administratie in Duitsland, de SMAD, opgericht.

 

 

Het bestuur van de Sovjet Militaire Administratie zetelde in Berlijn-Karlshorst. Op 11 juni 1945 waren politieke partijen, onder toezicht van de SMAD, weer toegestaan, waaronder de Communistische Partij Duitsland, de KPD. Op 9 juli 1945 werden door de Sovjets vijf deelstaten opgericht. Het waren Mecklenburg-Vorpommern, Brandenburg, Thüringen, Sachsen-Anhalt en Provinz Sachsen. Regeringen in de deelstaten werden gevormd volgens het Sovjetmodel en plannen ontwikkeld om verregaande veranderingen door te voeren. Daartoe werden essentiële ondernemingen die eerst in eigendom waren van nazi kopstukken omgevormd tot staatsbedrijf maar tevens werd op aandringen van de Russen een landhervorming doorgevoerd.

Uitgestrekte landerijen en bosgebieden waren in bezit van nazi leiders en aanhangers van het nazi regiem. In een publicatie werd door de regering van de deelstaat Saksen verklaard dat ‘onteigening van de volledige activa van de nazi bonzen en oorlogsmisdadigers van het Derde Rijk’ ging plaatsvinden. Men herkende daarin de oproep van Stalin die hij had gedaan tijdens een bijeenkomst van de KPD in Moskou begin juni 1945.

Het wetsontwerp werd tijdens de Conferentie van Potsdam opgesteld onder auspiciën van het Sovjet-Volkscommissariaat voor Buitenlandse Zaken en werd goedgekeurd door Stalin. De landerijen moesten worden opgesplitst in eenheden van minimaal vijf en maximaal acht hectaren akker per nieuw te bouwen boerenbedrijf, afhankelijk van de kwaliteit en gesteldheid van de bodem.

Problemen ontstonden hoe de toewijzing van de percelen moest geschieden, omdat zich vele landarbeiders, kleine boeren, vluchtelingen en ontheemden zich hadden aangemeld voor het verkrijgen van een stuk landbouwgrond. Bestaande kleine boeren en landarbeiders kregen vanaf 20 augustus 1945 als eersten de gelegenheid om stukken landbouwgrond in eigendom te verkrijgen.

Om de landhervorming breed onder de aandacht van de Saksische bevolking te brengen werd besloten twee postzegels uit te geven. Deze twee postzegels, een van 6 Pfennig, het tarief voor een briefkaart, en een van 12 Pfennig, het tarief voor een brief tot 20 gram, werden ontworpen door Oberpostrat Dipl.-Ing. Gotthard Eduard Ernst Gebauer van de directie van het Postdistrict Halle. De postzegels werden in boekdruk vervaardigd in vellen van 50 stuks op diverse papiersoorten. Drukkerij was ‘Buchdrückerei Ewald Ebelt’ in Halle. De postzegels werden uitgegeven op 17 december 1945 en bleven ongetand, omdat de drukkerij niet beschikte over een perforeermachine.

De postkantoren te Lutherstadt Wittenberg en Schlieben lieten een aantal ongetande vellen door een particulier bedrijf van een tanding voorzien. Naast de verschillende papiersoorten zijn verschillen in drukkleuren te vinden. Van donker blauwgroen, blauwgroen tot geelgroen bij de 6 Pfennig en karmijnrood tot rozerood voor de 12 Pfennig.

Begin 1946 werd besloten om de twee postzegels opnieuw uit te geven. Daartoe werden de drukplaten opnieuw vervaardigd. Dit is duidelijk te zien aan de zonnestralen die lang niet zo opvallend zijn als bij de eerste druk. Ook de zon zelf en de wolken zijn duidelijker weergegeven. Maar het meest opvallende is dat de drukkerij, Giesecke & Devrient in Leipzig, geen gewoon postzegelpapier gebruikte maar zeer dun, glasachtig, doorschijnend papier, een soort calqueerpapier.

Als men de postzegels op de beeldzijde op een stuk wit papier legt is de doorzicht bijzonder goed waarneembaar. Zoals hierboven is afgebeeld. Overigens was het papier dat door de drukkerij werd gebruikt bestemd voor Griekse belastingzegels. Waarom dit papier niet voor dat doel in Griekenland is gebruikt, is mij niet bekend.

Het papier heeft een watermerk bestaande uit Griekse letters ‘phi’ Φ en ‘san’ Ϻ. Dit watermerk kan in vier verschillende standen in het papier voorkomen. De tekening van het watermerk, hier afgebeeld zoals deze is te zien op een liggende zegel, is afkomstig uit de ‘Michel Deutschland-Spezial 1988’ catalogus. In een aantal postzegelcatalogi, ook in de Michel, wordt de papiersoort als ‘sigarettenpapier’ aangeduid. Wie dat heeft verzonnen is mij onbekend maar ik kan me niet voorstellen dat met dit papier ooit sigaretten of vloeipapier voor het rollen van een sigaret zijn gemaakt. Ik zou het liever ‘pergamijn papier’ willen noemen, maar daar zal ook wel commentaar op komen. Wat ook niet duidelijk is, waarom dit papier is gebruikt. Had de drukkerij, Giesecke & Devrient in Leipzig, geen postzegelpapier meer en is dit via Russische ‘relaties’ geleverd? Was het papier dat wellicht door de Griekse regering in 1944 of 1945 in Rusland was besteld maar nog niet geleverd, na de oorlog door de Sovjets in beslag genomen? Wie weet het antwoord? En waar staan de watermerkletters ‘phi’ Φ en ‘san’ Ϻ voor? De oplage van de postzegels bedroeg 6.050.000 series ofwel 121.000 vellen pergamijn papier. De uitgiftedatum werd gesteld op 21 februari 1946. De zegels waren geldig voor de frankering tot en met 31 oktober 1946.

Wereld Bloeddonordag 14 juni 2021

In 2004 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) 14 juni omgedoopt tot Wereld Bloeddonordag. Een speciale dag waarop wereldwijd aandacht wordt gevraagd voor het belang van vrijwillig en onbetaald bloeddonorschap. Op deze dag wordt speciale aandacht gegeven aan diegenen die hun bloed doneren om mensenlevens te redden, zonder daarvoor iets terug te verwachten. We bedanken op deze dag ruim 400.000 Nederlandse bloed- en plasmadonors voor hun donorschap. Zegels met thema ‘bloed’ zijn een interessant motief binnen de gezondheidszorg. Waarom is 14 juni gekozen door de WHO?

Karl Landsteiner

Karl Landsteiner (Wenen, 14 juni 1868 – New York, 26 juni 1943) was een Oostenrijks, later Amerikaans, arts en patholoog. In 1911 werd hij hoogleraar pathologie aan de Universiteit van Wenen. Na de Eerste Wereldoorlog vertrok hij – wegens de steeds slechter wordende levensomstandigheden in Wenen – naar Nederland, waar hij als patholoog van 1919 tot 1922 werkzaam was in het St. Joannes de Deo Ziekenhuis (huidige HMC Westeinde) in Den Haag. In 1922 verbond hij zich aan het Rockefeller Instituut voor medisch onderzoek in New York, waar hij tot het eind van zijn leven bleef. Hij werd genaturaliseerd tot burger van de Verenigde Staten.

Oostenrijk, 1000 schilling biljet met afbeelding Karl Landsteiner.

Karl_Landsteiner is bekend geworden vanwege de ontwikkeling in 1901 van het moderne systeem van bloedgroepen door de identificatie van de aanwezigheid van agglutinines in het bloed. Agglutinatie is het samenklonteren van gesuspendeerde deeltjes. Dit deed hij door de manier te onderzoeken waarop bloed reageerde als het werd gemengd. Soms ontstond er een samenklontering van rode bloedcellen en bij andere combinaties gebeurde dit niet. Hierbij kon hij onderscheid maken in drie bloedgroepen: A, B en C. Later werd C hernoemd in O (letter) en werd door een assistent nog een vierde bloedgroep ontdekt: AB.

Zijn ontdekking maakte bloedtransfusies tussen mensen mogelijk, waarbij een patiënt bloed krijgt toegediend van iemand met dezelfde bloedgroep. Hiervoor kreeg hij in 1930 de Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde. De WHO besloot om 14 juni (geboortedatum Karl_Landsteiner) te benoemen als Wereld Bloeddonordag.

 

 

 

 

 

 

Bloeddonatie

Een bloeddonatie is een vrijwillige afgifte van bloed door een bloeddonor. Het bloed kan bestemd zijn voor een patiënt, die een bloedtransfusie nodig heeft, maar ook voor de fabricage van medicijnen. Een bloeddonatie vindt meestal plaats op een bloedbank, waarna het bloed getest en bewerkt zal worden, voordat het naar een patiënt in een ziekenhuis gaat.

In Nederland is men belangeloos bloeddonor, dat wil zeggen dat men geen geld of een andere beloning ontvangt voor het gegeven bloed. Bij mijlpalen als 5, 10 en 20 keer doneren, ontvangt men wel een symbolische blijk van dank. Veel bloeddonoren zien het feit dat men met het doneren van bloed een maatschappelijk nuttig doel dient als een vorm van beloning op zich.

 

 

 

 

 

 

Bij het opstarten van de bloedafnames in België rond 1926, wegens de zeer grote terughoudendheid van de potentiële bloedgevers, werd er 400 BEF gegeven voor een halve liter bloed. Indien men dringend werd opgeroepen kwam daar een 50 BEF bij per gift. Ter vergelijking: arbeiders verdienden toen ongeveer 235 BEF per maand. Bijna één dubbele maandwedde per bloedgift dus. Er waren toen ongeveer 8000 bloedgevers in België. Inmiddels is het ook in België beleid dat men geen vergoeding ontvangt voor de gift.

In Suriname bestaat de Nationale Bloedbank sinds 1980. Sinds 1999 geldt ook hier dat men alleen vrijwillig en belangeloos kan doneren. Het idee achter het belangeloze donorschap is dat men eerlijker zal zijn bij het beantwoorden van de medische vragenlijst, waardoor vóór de donatie een betere inschatting kan gemaakt worden van een eventueel risico van de bloeddonatie voor de donor of voor de ontvanger. In andere landen zijn er soms bloedbanken waar donoren een geldelijke vergoeding ontvangen voor hun bloed zoals in België in de jaren twintig van de 20e eeuw eveneens het geval was.

Deze Amerikaanse kaart van april 1945 (boven: voorkant, onder: achterkant) geeft informatie over voedingsmiddelen die je moet vermijden voordat je bloed doneert.

 

De bloedbroeder is het 328e stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het verhaal is niet voorgepubliceerd. De eerste albumuitgave was in juni 2013. Het verhaal is speciaal gemaakt voor Sanquin in het kader van Wereld Bloeddonordag. Het album werd onder andere gratis uitgedeeld onder bloeddonoren. Het stripboek is dus geen onderdeel van de Vierkleurenreeks  en heeft als zodanig dan ook geen albumnummer gekregen. Het verhaal speelt geheel in Nederland en België. Onder andere het huis van Krimson en het ziekenhuis zijn belangrijke locaties. Het eiland Amoras komt op het einde ook even aan bod. Het album bevat extra 8 pagina’s met informatie over Sanquin en bloeddonaties in het algemeen. Deze Suske en Wiske is verschenen in een Nederlandse, Vlaamse en Engelse versie.

 

 

 

 

 

 

 

 

Verhaal: Het gaat natuurlijk over bloed geven, maar er zit een twist in. Het is een heel spannend verhaal over vampieren, een griezelige bedoening. Maar met een mooie apotheose. Professor Barabas moet vampieren te lijf gaan en heeft daarvoor allerlei dingen verzonnen, zoals knoflookgranaten. Suske komt in de problemen doordat hij door een vampier wordt gebeten en dan bloed nodig heeft. Hij moet dan een donor zien te vinden met dezelfde bloedgroep en dat valt nog niet mee. Omdat hij van koninklijke bloede is, heeft hij een vreemde bloedgroep.

In Nederland is de organisatie Sanquin actief als bloedbank, in België is dat het Rode Kruis evenals in Suriname (De Nationale Bloedbank). In deze blog zijn de voorwaarden opgenomen volgens de regels van bloed doneren bij Sanquin.

Op 25 februari 2007 gaf België een postzegel uit voor het Rode Kruis. Het toont een man in een rolstoel die een bloedtransfusie krijgt, die hem genoeg heeft doen herleven zodat hij de mobiele bibliotheek van het Rode Kruis voor ziekenhuizen kan bezoeken getekend door Castor.

 

Donor worden

Wanneer mag je bloed geven? 

De minimale eisen om donor te worden zijn:

je meldt je als donor tussen je 18e en 65e verjaardag;
je weegt meer dan vijftig kilo;
je hebt geen bloedtransfusie ontvangen na 1 januari 1980;
je bent niet in het Verenigd Koninkrijk geweest tussen 1 januari 1980 en 31 december 1996 voor in totaal zes maanden of langer (in verband met de ziekte variant Creutzfeldt-Jakob);
je hebt nooit drugs gespoten;
je spreekt, leest en verstaat de Nederlandse of Engelse taal (een tolk is niet toegestaan). Als lezen problematisch is, zoals bij slechtzienden of analfabetisme, nemen wij de donorinformatie en het keuringsformulier mondeling met de donor door.

Heb je een chronische of ernstige ziekte zoals kanker of suikerziekte (gehad)? Dan hebben we meer informatie nodig om te bepalen of je donor kunt worden. Neem via 088-7308686 contact met Sanquin op zodat we samen jouw specifieke situatie kunnen bespreken.

 

Wanneer mag je geen bloed geven? 

In sommige situaties is het helaas niet mogelijk om bloeddonor te worden. Jouw bloed is dan namelijk niet geschikt voor patiënten. Het kan ook gebeuren dat je tijdelijk niet mag doneren. Voldoe je aan een van de volgende criteria dan kun je helaas geen bloed geven:

je hiv-positief bent of aids hebt.
je drager van het hepatitis B- of hepatitis C-virus bent.
je ooit drugs hebt gespoten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wanneer iemand zich aanmeldt als donor, zal hij of zij uitgenodigd worden voor een eerste afspraak bij de dichtstbijzijnde bloedbank. Tijdens deze eerste afspraak krijgt de nieuwe donor informatie over het doneren en wordt er een uitgebreide medische vragenlijst doorgenomen met de donor. De donor wordt vervolgens medisch gekeurd en er worden enige buisjes bloed afgenomen om de bloedgroep te bepalen en om de donor te testen op belangrijke infectieziekten. Pas wanneer alle uitslagen van alle testen op infectieziekten bekend zijn, kan een donor uitgenodigd worden voor de eerste afname van een halve liter bloed. Volgens informatie van Sanquin zijn er 391.288 personen (2020) geregistreerd bloeddonor en hebben bloed gedoneerd.

Vertaling: Heb je eraan gedacht een beetje van je bloed te doneren?

 

Soorten donaties

Volbloed

De meeste donoren bij de bloedbank geven volbloed, wat wil zeggen dat zij een halve liter bloed afgeven tijdens hun donatie. Dit bloed wordt tegenwoordig niet meer in de oorspronkelijke samenstelling aan een patiënt gegeven, het wordt op het laboratorium in de verschillende onderdelen gescheiden voor verschillende toepassingen. Bloed doneren duurt ongeveer tien minuten, maar inclusief de keuring en een drankje is het wijs om een uur uit te trekken voor het gehele bezoek aan de bloedbank. Het aantal keer dat we je per jaar uitnodigen, hangt af van je bloedgroep. Mannen mogen maximaal vijf keer per jaar bloed geven, terwijl vrouwen drie bloeddonaties per jaar mogen doen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Plasma

Verder zijn er ook plasmadonoren. Deze geven via een speciale techniek alleen hun bloedplasma af. De rode en witte bloedcellen en de bloedplaatjes worden tijdens deze donatie niet afgenomen. Een plasmadonatie (plasmaferese) duurt wat langer dan een bloeddonatie, ongeveer 30-45 minuten. Het bloed wordt (net als bij een bloeddonatie) door een naald in de elleboogplooi afgenomen en tegen het stollen met citraat vermengd. In een machine, die naast de donor staat, wordt het bloed gecentrifugeerd, waardoor plasma en bloedcellen gescheiden worden. De donor ontvangt de bloedcellen via hetzelfde slangetje en dezelfde naald terug, terwijl het apparaat het plasma in een plasmazak opslaat.

 

  

 

 

 

 

 

 

 

Bloedplaatjes

Ten slotte zijn er ook donoren van bloedplaatjes. Via eenzelfde soort speciale techniek als bij de plasma-afname wordt bij hen alleen een bepaalde hoeveelheid bloedplaatjes afgenomen. Er zijn niet zoveel donoren die alleen bloedplaatjes geven, omdat dat relatief gezien niet vaak nodig is. Ook voor het doneren van bloedplaatjes moeten de bloedvaten goed aan te prikken zijn, omdat de donatie lang duurt: zo’n vijftig minuten tot een uur.

 

Navelstrengbloed

Ben je zwanger en denk je erover om navelstrengbloed van jouw kindje te doneren? Dit is mogelijk in een ziekenhuis of geboortecentrum dat met Sanquin samenwerkt. Je moet je hier wel vooraf voor aanmelden bij het ziekenhuis of geboortecentrum. In navelstrengbloed zitten bloedvormende stamcellen. De stamcellen in navelstrengbloed zijn de basis om cellen voor ons bloed en afweersysteem te vormen. Normaal gesproken wordt het navelstrengbloed samen met de placenta na afloop van de bevalling weggegooid. De stamcellen uit navelstrengbloed kunnen gebruikt worden voor stamceltransplantaties, bijvoorbeeld bij mensen met leukemie (kanker). Als je besluit om het navelstrengbloed van jouw kindje te doneren, worden de stamcellen uit het navelstrengbloed opgenomen in een wereldwijd bestand. De stamcellen kunnen hierdoor wereldwijd gebruikt worden voor de behandeling van een patiënt. Nederlandse patiënten maken natuurlijk ook gebruik van dit wereldwijde bestand.

Vertaling: GEEF UW BLOED OM EEN LEVEN TE REDDEN.

 

Bloedtransfusie

Bloed speelt een zeer belangrijke rol binnen ons lichaam. Het voorziet het lichaam van zuurstof en voedingsstoffen en voert afvalstoffen af. Soms ontstaat er een bloedtekort, bijvoorbeeld door een operatie, een verkeersongeval of een bloedziekte. In dat geval kan een arts besluiten om een bloedtransfusie toe te dienen. De ontbrekende bloedbestanddelen worden dan aangevuld.

 

 

 

 

 

 

Een bloedtransfusie is een methode om bloed toe te dienen aan het lichaam. Het bloed komt via een infuus in de aderen. Meestal is het bloed afkomstig van bloeddonors, maar soms bestaat de transfusie uit eigen bloed. De letterlijke betekenis van bloedtransfusie is ‘het overbrengen van bloed van iemand anders in de ader van een patiënt.’ Het infuus bestaat uit een naald met daarin een plastic buisje. De naald wordt in je arm geprikt en het buisje blijft achter in de ader. De zak bloed wordt via een slangetje aan het buisje bevestigd en stroomt langs deze weg de ader in.

Nederland (1987): Rode Kruis zegels, 75c+35, uit een infuuszak stroomt bloed.

 

Wereld Bloeddonordag

Wereld Bloeddonordag wordt elk jaar op 14 juni gehouden. Het evenement werd in 2005 voor het eerst georganiseerd door een gezamenlijk initiatief van de WHO, de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen om het bewustzijn van de noodzaak van veilig bloed en bloedpruducten te vergroten en om bloeddonoren te bedanken voor hun vrijwillige, levensreddende giften van bloed. Wereld Bloeddonordag is een van de 11 officiële wereldwijde volksgezondheidscampagnes, die zijn gemarkeerd door o.a. de WHO.

Nederland (2013): 10 jaar Wereld Bloeddonordag.

Transfusie van bloed en bloedproducten helpt en redt jaarlijks miljoenen levens. Het kan patiënten met levensbedreigende aandoeningen helpen langer en met een hogere kwaliteit van leven te leven, en het ondersteunt complexe medische en chirurgische procedures. Het speelt ook een essentiële, levensreddende rol in de maternale en perinatale zorg. Toegang tot veilig en voldoende bloed en bloedproducten kan het sterftecijfer en invaliditeit als gevolg van ernstige bloedingen tijdens de bevalling en na de bevalling helpen verminderen. 

Verenigde Arabische Emiraten (2017): World Blood Donor Day.

 

Thema 2021: Geef bloed en houd de wereld kloppend

Voor 2021 zal de slogan van Wereld Bloeddonordag zijn: ‘Geef bloed en houd de wereld kloppend’. Het bericht benadrukt de essentiële bijdrage die bloeddonors leveren om de wereld draaiende te houden door levens te redden en de gezondheid van anderen te verbeteren. Het versterkt de wereldwijde oproep aan meer mensen over de hele wereld om regelmatig bloed te doneren en bij te dragen aan een betere gezondheid.

 

Algerije (2004): 1e jaar Wereld Bloeddonordag.

 

Een speciale focus van de campagne van dit jaar zal de rol van jongeren zijn bij het verzekeren van een veilige bloedtoevoer. In veel landen hebben jongeren het voortouw genomen bij activiteiten en initiatieven die gericht zijn op het bereiken van een veilige bloedvoorziening door middel van vrijwillige, onbetaalde bloeddonaties. Jongeren vormen in veel samenlevingen een groot deel van de bevolking en zijn over het algemeen vol idealisme, enthousiasme en creativiteit.

 

Oman (2005): 2e jaar Wereld Bloeddonordag.

 

De specifieke doelstellingen van de campagne van dit jaar zijn:

bloeddonors in de wereld bedanken en een breder publiek bewust maken van de noodzaak van regelmatige, onbetaalde bloeddonaties;
de gemeenschapswaarden van bloeddonatie promoten bij het versterken van de gemeenschapssolidariteit en sociale cohesie;
jongeren aanmoedigen om de humanitaire oproep om bloed te doneren omarmen en anderen inspireren hetzelfde te doen;
vieren het potentieel van jongeren als partners bij het bevorderen van gezondheid.

Bosnië en Herzegovina (2018): FDC World Blood Donor Day.

 

Sanquin en corona

Tijdens de coronacrisis meer of minder bloed gegeven?

Het antwoord is ’allebei’. ‘Het begon na de eerste lockdown. ’Blijf thuis tenzij je weg moet’, zei de premier. Dat merkten wij ogenblikkelijk: mensen kwamen geen bloed meer geven’, zegt woordvoerder Merlijn van Hasselt van Sanquin. ‘,We hebben snel benadrukt: bloed geven is essentieel, want bloed is maar beperkt houdbaar.’ De donors kwamen weer. Maar door de anderhalvemeterregel kan Sanquin minder bedden beschikbaar stellen. ‘We draaien een derde minder aan capaciteit. Maar ook de vraag naar bloedproducten nam met een derde af omdat de reguliere zorg werd uitgesteld.’ Tegelijk deed Sanquin op verzoek van minister Hugo de Jonge de oproep aan genezen coronapatiënten met antistoffen zich als plasmadonor te melden. Farmaceuten onderzoeken of ze uit plasma geneesmiddelen kunnen maken om mensen te genezen of beschermen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoeveel procent van de donoren heeft nu antistoffen tegen corona?

Sanquin meldt dat zestig procent van de bloeddonors nu antistoffen tegen het virus heeft. Als het percentage zo blijft stijgen wordt misschien in juli al groepsimmuniteit bereikt. Bij elke leeftijdsgroep is een stijging te zien vanaf het moment dat die gevaccineerd werden. Na zowel de eerste als tweede prik mag je zeven dagen niet doneren, meldt Sanquin. Bij een donatie verlies je een heel klein deel van de antistoffen. Als je ervan uit gaat dat je gemiddeld vijf liter bloed hebt en 500 milliliter per donatie geeft, raak je maar tien procent van je antistoffen kwijt. Deze antistoffen kun je zonder problemen missen. Je lichaam maakt ze gewoon weer aan. Ook de antistoffen die je na een vaccinatie hebt opgebouwd, kunnen tijdens een donatie dalen. Dit is niet erg. Je lichaam heeft geheugencellen die – zodra er opnieuw contact is met de ziekteverwekker – weer actief antistoffen maken.

Moldavie (2016): Promotie bloeddonatie.

 

Gevraagd: bloeddonoren? 

Slechts 2,5 procent van de Nederlanders (iets meer dan 400.000 personen) is bloed- of plasmadonor, terwijl 25 procent van de bevolking ooit bloed of plasma nodig heeft. De bloedbank zit te springen om jongeren en mannen, die ondervertegenwoordigd zijn. ‘Bloed is altijd nodig. Het groeit niet aan de boom, je koopt het niet in de supermarkt; het komt uit een ander mens.’ Hoe trek je een ander over de streep om ook te doneren? ‘Vertel dat elke twee minuten iemand in Nederland een bloedproduct nodig heeft. Of dat je een leven redt bij drie keer donoren. Bij heftige bloedarmoede knapt een patiënt na een bloedtransfusie binnen een minuut op. Je ziet iemand weer kleur op de wangen krijgen.’ De beloning voor de gever zelf? Je bloeddruk en ijzergehalte worden gecheckt. ‘En de beroemde roze koek na afloop.’ Ook zijn er wereldwijd meer plasmadonoren nodig omdat plasmageneesmiddelen bij steeds meer aandoeningen worden voorgeschreven.

Italië (2015): Wereld Bloeddonordag.

 

Meer info

Sanquin:

 

Piramide van Noord-Holland pronkt op postzegel (FDC 819)

Stolpboerderij icoon van Hollands landschap vierkant verbeeld

‘s-Hertogenbosch, 21 december 2020 – In de serie Typisch Nederlands van PostNL wordt dit jaar aandacht besteed aan typisch Nederlandse woningtypes en gevels. De stolpboerderij is het eerste typisch Nederlandse woningtype in een serie van vijf postzegels. Bijzonder aan deze meest voorkomende boerderij van Noord-Holland was, dat zij onderdak bood aan het hele boerenbedrijf: mens, dier, werktuig en oogst. Speciaal voor deze postzegel ontwierp de Nederlandse Vereniging van Postzegelhandelaren (NVPH) een eerstedagenvelop. Zowel de postzegel als de eerstedagenvelop zijn vanaf 4 januari 2021 verkrijgbaar.

Martijn Bulterman, voorzitter van de NVPH: “Het ontwerp van de postzegel is van Edwin van Praet en is gebaseerd op een foto van de stolpboerderij Broedersbouw in Zuidoostbeemster. Op onze eerstedagenvelop hebben we een gerenoveerde stolpboerderij geplaatst met op de envelop een korte uitleg over deze typisch Nederlandse boerderijwoning. Waar de stolpboerderijen vroeger boerenwoningen waren, zijn veel stolpboerderijen nu verbouwd tot ruime en moderne gezinswoningen, zoals ook de Broedersbouw die model stond voor de postzegel; daar zijn in 2015 negen appartementen in gekomen.”

Deksel op de hut

Wie over het West Friese landschap uitkijkt ziet een niet aflatende rij stolpen aan de horizon. De stolpboerderij is een vierkante boerderij met een piramidevormig dak. Hieronder was plaats voor de hele boerenfamilie en haar vee, oogst en werktuigen. Het woord ‘stolp’ is waarschijnlijk afgeleid van het Middelnederlandse woord ‘stulpe’, wat deksel betekent en naar de dakvorm verwijst. Pas later werd het woord stulp geassocieerd met een arme of nederige woning. De eerste stolpboerderij is omstreeks 1550 gebouwd, er zijn nog zo’n 5500 stolpboerderijen in Nederland.

Noordelijke groep

De stolpboerderij maakt onderdeel uit van de Noordelijke Groep: boerderijen die te vinden zijn in Noord-Holland, Friesland, Groningen en de Waddeneilanden. Bij de Noord-Hollandse stolp zitten de deuren naar de stal aan de achterkant, bij de West-Friese stolp zitten die deuren aan de voorkant. Tot de noordelijke Groep behoort ook de zogenaamde kop-hals-rompboerderij die voornamelijk in Friesland en west- en noord- Groningen staan.

Typisch Nederlands

De postzegelserie Typisch Nederlands besteedt dit jaar aandacht aan woningtypes en gevels die kenmerkend zijn voor Nederland. In deze 1e uitgifte staat de stolpboerderij centraal.  De komende maanden verschijnen in de serie Typisch Nederlands nog postzegels over houten huizen (22 februari), grachtenpanden (22 maart), woonboten (6 april) en rijtjeshuizen (14 juni). 

Over NVPH
De NVPH is de vakorganisatie voor de beroepspostzegelhandel in Nederland. De Nederlandse Vereniging van Postzegelhandelaren is in 1928 opgericht. Jaarlijks geeft de NVPH de postzegelcatalogus uit en ontwerpt ze, in samenwerking met PostNL, zo’n twintig verschillende eerstedagenveloppen. De NVPH heeft 117 leden.

N.V.P.H. Catalogus 2021 Editie

Dit is de 2e editie van de gespecialiseerde catalogus van de postzegels van Nederland 1852 t/m juni 2020, met vermelding van afwijkingen, variaties in tandingen, postzegelboekjes, luchtpostzegels, portzegels, dienstzegels, telegramzegels, brandkastzegels, interneringszegels, postpakket-verrekenzegels, postbewijszegels, automaatstroken, blauwdrukken, port-betaald zegels en een speciale rubriek roltanding. In deze catalogus zijn de afbeeldingen van de F.D.C.’s en plaatfouten niet opgenomen. De catalogus heeft 459 pagina’s en is volledig in kleur.

Uitgebreide catalogus van Nederlandse postzegels, extra Blauwdruk nr. 18.

Verkrijgbaar vanaf 16 September bij de meeste N.V.P.H. leden, kijk voor een overzicht van alle leden op: www.nvph.nl/leden

Prijs: € 18,90

Corona Postzegels